Toelichting op de visie op publiek leiderschap.

‘Topambtelijk leiderschap vraagt om het voortdurend slechten van paradoxen.’

Bij het beschreven complexe maatschappelijk-politiek-ambtelijk krachtenveld en de veranderende rol van de Rijksoverheid hoort een veelzijdig handelingsrepertoire. Naast klassieke instrumenten zijn ook andere interventies, werkwijzen en gedrag nodig, met het oog op het realiseren van de maatschappelijke doelen in een steeds veranderend speelveld.

Topambtelijk leiderschap vraagt om het voortdurend slechten van paradoxen. In de kern gaat het om positie kiezen, bij iedere situatie, in elke paradox. Daarbij ziet een topambtenaar zich geconfronteerd met:

  • een maakbare samenleving én een open beweging (Haagse reflex, regelparadox);
  • het zijn van een ambtelijk professional, maatschappelijk partner én politiek adviseur;
  • het oncomfortabele niet-weten én de noodzaak om te besluiten;
  • handelen vanuit de persoonlijke waarden én vanuit de concrete opdracht;
  • de benodigde tijd voor een kwalitatief sterk én een snel resultaat (fouten maken moet maar mag niet, presteerhaast);
  • hanteren van de hectiek van alledag én rust creëren ten behoeve van de (middel)lange termijn;
  • professionele ruimte van de medewerkers én control op de resultaten (control vs vertrouwen).

‘Het is ongekend, de aarde ontwikkelt zich voor het eerst onder onze ogen, tegelijkertijd zijn de mens en de politiek vertraagd.’ Bruno Latour

Deze opgaven impliceren een integratie van de rollen van politiek adviseur, ambtelijk professional en maatschappelijk partner. Collectief leiderschap zal door de topmanager, werkend vanuit publieke waarden, gecombineerd moeten worden met lerend leiderschap.

De algemene kenmerken die alle topambtenaren hiervoor nodig hebben, lijken – door alle studies en ervaringen heenkijkend- te zijn: integriteit (werkt oprecht ten dienste van het algemeen belang, en laat dat in het dagelijks handelen zien), samenwerkingsgericht (is gericht op het bredere verband en niet uitsluitend het “eigen”domein, zoekt actief de samenwerking en co-creatie), en beschikt over zelfinzicht en reflectie.

Positie kiezen

Vanuit de kernkenmerken integriteit, samenwerken en (zelf)reflectie zal de topambtenaar continu situaties moeten beoordelen en geloofwaardig positie moeten innemen. Het continu en bewust kiezen van positie is de rode draad binnen nieuw publiek leiderschap. Het topmanagement wordt uitgedaagd om doelgericht, toekomst gericht en zorgvuldig, steeds weer andere procesinterventies in te zetten en kansen te creëren en te benutten, daar waar die zich voor doen. Dit betekent, per onderwerp en per moment op maat ingezet, een andere tactiek, zijnde steeds een combinatie van regelen op hoofdlijnen, loslaten, kaders stellen en mogelijk ook op punten heel direct interveniëren. Dergelijke interventies zijn niet eenvoudig, niet om te kiezen en niet om in te zetten.

Positie kiezen:

  • flexibel en zuiver omgaan met rollen van maatschappelijk partner, politiek adviseur en ambtelijk professional;
  • consequent de perspectieven van wetgeving, beleid, uitvoering en toezicht tot hun recht laten komen;
  • delegeren;
  • omgaan met een steeds sneller veranderende en complexere omgeving;
  • toekomst gericht leiderschap;
  • stijlflexibiliteit;
  • situationeel leiding geven;
  • inzetten van verschillende procesinterventies en tactieken, afhankelijk van de context, de situatie en wat nodig is;
  • ook in geval van tegenslagen en weerbarstige problematiek, moet de publieke leider er staan, positie innemen ('voorop gaan in de dichte mist').

‘Je moet in de haarvaten van de samenleving zitten om radicaliserende jongeren te herkennen’ Beatrice de Graaf

Leiderschap vanuit publieke waarden

Het is essentieel dat een publieke leider zich telkens afvraagt: wat is mijn rol, welke opdracht heb ik en wat wordt in het maatschappelijk veld van mij verwacht? Het vraagt van (top)leiders dat zij richting organisatie en medewerkers hetzelfde gedrag vertonen als richting maatschappelijke actoren, en zich bewust zijn van hun eigen rol, publieke taak en toegevoegde waarde. Zij kunnen de maatschappelijke complexiteit duiden en sturing geven aan organisatie, mensen, processen en middelen. De publieke leider vervult een voorbeeldfunctie, werkt oprecht en bewust ten dienste van het algemeen belang en de maatschappelijke opgaven en laat dat in het dagelijks handelen zien.

Integer:

  • de publieke opgave staat centraal;
  • publieke waardendrager; geeft het voorbeeld en leeft voor;
  • transparant en navolgbaar;
  • vanuit het eigen moreel kompas;
  • onafhankelijkheid in gedrag, jezelf blijven;positie, stelling nemen, rug recht houden;gezag uitoefenen via inhoud en proces, gezag is ook “nee” kunnen zeggen, gezag door bestuurlijke rust uit te stralen;
  • autonoom;
  • durf en lef tonen.