Media schrijven steeds vaker over de toenemende invloed die big data, automatisering en digitalisering op onze maatschappij gaan hebben. Daar zitten ook niet al te vrolijke scenario’s bij. Zoals de voorspelling dat deze ‘vierde industriële revolutie’ ervoor gaat zorgen dat er de komende tien tot twintig jaar – alleen al in Nederland – zo’n 2,6 miljoen banen verdwijnen. Hoe anticipeer, of reageer, je het beste op deze overgang?

‘Dat er grote veranderingen aankomen die ons werk gaan beïnvloeden is zeker’, zegt Charles Wijnker, directeur Arbeidsmarkt en Sociaal-economische aangelegenheden bij het ministerie van SZW. ‘Maar hoe die transitie gaat uitpakken allerminst.’ Hoewel voorspellingen lastig zijn moeten we Wijnker tot het positieve kamp rekenen. ‘Al zal het niet vanzelf gaan’, voegt hij er onmiddellijk aan toe. ‘Er zal een beroep worden gedaan op ons aanpassingsvermogen. We weten dat plotselinge veranderingen op de korte termijn meestal pijn doen, maar ook dat het op de lange termijn wel goed komt. We hebben de afgelopen decennia al veel veranderingen doorstaan en de werkgelegenheid is nog nooit zo hoog geweest als nu. Zelfs de arbeidsparticipatie van ouderen is boven verwachting. Een mens bezit veel veerkracht.’

Chocolade

Wijnker denkt dat technologie niet alleen werk zal vervangen maar minstens net zo vaak zal ondersteunen of zelfs nieuw werk zal creëren. ‘Je ziet dat nu in de zorg, waar robots en domotica de zorgprofessional ondersteunen en het leven van de patiënten veraangenamen. Er kan daardoor weer meer aandacht komen voor het menselijke aspect. Want juist dat maakt de mens uniek. Het klinkt als een dooddoener, maar de mens is menselijk. Wat ik daarmee wil zeggen is: we hebben naast reken- en fysieke capaciteiten ook sociaal-emotionele vermogens, een combinatie die niet eenvoudig met technologie te evenaren is. En de mens bezit creativiteit, iets wat technologie kan versterken. Kijk bijvoorbeeld naar allerlei startups die als paddenstoelen uit de grond schieten. Een bedrijfje in Eindhoven maakt nu met 3D-printers chocolade in allerlei vormen. Ambachtelijke chocolatiers zullen dat wellicht niet zo leuk vinden. Anderzijds kan iedere lunchroom straks zijn eigen bonbons printen en aanbieden. Prima toch? Mensen zullen werk vinden door de ontwikkeling van technologie die complementair is aan het nieuwe werk.’

'We moeten nu met onze mensen in gesprek over hoe we mee kunnen veranderen'

Failliet

Maar dat zal niet vanzelf gaan, zeg je zojuist. ‘Inderdaad. We moeten wel openstaan voor veranderingen en tradities durven te doorbreken. De stukken die we schrijven, schrijven we nog steeds alsof we op papier werken. Onze processen op het ministerie zijn sequentieel ingedeeld, terwijl die noodzaak er steeds minder is omdat we, dankzij technologie, met meerdere mensen vanaf verschillende locaties tegelijkertijd aan een document werken. We moeten ervoor waken dat we te weinig mee veranderen. Verandert een ondernemer te traag, dan gaat hij failliet. Als de overheid te traag verandert, gaat de belasting omhoog. Daar zit een valkuil: je moet jezelf dwingen om te blijven veranderen, het gaat niet vanzelf. Tegelijkertijd moet je met verstand veranderen. De overheid bestaat deels uit grote, complexe uitvoeringsorganisaties, zoals de Belastingdienst of UWV die je niet zomaar op zijn kop kunt zetten.’

Leven lang leren

Wat betekenen deze veranderingen voor publieke leiders? ‘Onze missie moet zijn om onze eigen organisaties voor te bereiden op de vragen van de toekomst. Zodat we in staat zijn te leveren, ook als er nieuwe maatschappelijke vraagstukken opkomen. De veranderingen vergen deels andere competenties. Dus moeten we nu met onze mensen in gesprek hoe we mee kunnen veranderen. Daarnaast hebben we de taak om na te denken hoe we werkenden de gelegenheid kunnen geven zich aan te passen. Dat begint in het onderwijs. Goede voorbeelden zijn mbo-scholen die zich heel bewust zijn van de veranderingen, en die daarom de praktijk centraal zetten en hun studieaanbod telkens aanpassen. Van werkenden wordt een open leerhouding verwacht. Toch is dat makkelijker gezegd dan gedaan, want je kunt mensen niet dwingen te leren. Daarnaast moeten we ook zorgen dat er geen mensen buiten de boot vallen. Er zijn kwetsbare groepen, zoals mensen met een migratieachtergrond of een beperking. Voor hen moet er een vangnet zijn.’

Canvassen

Is het werk van Wijnker de afgelopen jaren veranderd? ‘Ik werk 95 procent papiervrij en ik flexwerk. Maar voor een belangrijk deel zit verandering niet in de technologie. Bij hervorming van pensioenen, de participatiewet of het stimuleren van duurzame inzetbaarheid zitten we veel eerder met allerlei partijen om tafel. Dus in plaats van eerst te denken over wat er ongeveer uit moet komen, luisteren we nu beter naar alle betrokken partijen. En naar wat burgers willen.’ Kleine veranderingen op dat vlak vindt Wijnker overigens net zo belangrijk als grote. ‘Honoreer initiatieven van jonge medewerkers. Zo kwam een van onze nieuwe medewerkers met het volgende: politieke partijen canvassen in verkiezingstijd.Dat kun je als ministerie toch ook voor je eigen domein doen, op willekeurige momenten? Gewoon meningen peilen op straat, nieuwe geluiden horen. Dat idee gaan we binnenkort uitwerken. Laat zien dat je bereid bent te veranderen en er graag aan mee werkt. Dan krijg je binnen de kortste keren nog veel meer ideeën aangeleverd.’

‘Blijf bij en wees creatief’

Hoogleraar Tilburg University Ton Wilthagen:

‘Publieke leiders moeten een goede visie hebben op wat technologie betekent en kan gaan betekenen. We moeten in staat zijn de vruchten ervan te plukken. Ik zou ABD’ers daarom aanraden goed bij te blijven – weet je al wat blockchaintechnologie is, bijvoorbeeld? – en de rijksoverheid aanbevelen om voldoende jonge aanwas binnen te halen. Mensen die zijn opgegroeid in het digitale tijdperk en er gemakkelijk mee overweg kunnen.

Onlangs was ik te gast op een dag met medewerkers van een aantal inspecties. De gemiddelde leeftijd lag vrij hoog, en de kennis van moderne technologie minder hoog. Het lijkt me niet wenselijk dat deze inspecties achterop raken bij de organisaties die zij moeten controleren. De publieke leider van de toekomst moet dus de mogelijkheden van moderne technologie kennen, en snappen wat dat kan gaan betekenen. In routinewerk zijn computers nu al beter. Daarmee wordt creativiteit steeds belangrijker. Ook omdat de samenleving onvoorspelbaarder wordt.’