Mattheus Wassenaar, inspecteur-generaal bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), geeft openhartig antwoord op acht vragen.

1. Je studeerde Algemene Economie en Econometrie aan de Rijksuniversiteit Groningen en behaalde een PhD Economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Wat voor student was je?

‘Een beetje een luie student, omdat ik iets te veel andere dingen deed dan studeren. Ik was heel actief binnen de studentenvereniging en woonde in een groot sociaal studentenhuis. Dat waren eigenlijk mijn belangrijkste activiteiten. Ik had wat efficiënter kunnen studeren, maar ik heb een fantastische tijd gehad.’ 

2. Je bent ook docent geweest aan de Vrije Universiteit en gastdocent aan de Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering. Wat heb je daarvan geleerd?

‘Allereerst dwingt lesgeven je om op een andere manier naar je werk te kijken, omdat je het begrijpelijk moet maken voor anderen. Daarbij heb ik geleerd hoe belangrijk het is om na te denken over hoe je boodschap overkomt. Als studenten iets niet begrijpen, heeft het weinig zin om simpelweg door te gaan. Dit geldt ook in mijn huidige werk als inspecteur-generaal: hoe zorg ik ervoor dat mijn boodschap goed overkomt en mensen begrijpen wat ik bedoel? Het draait niet om wat ík wil zeggen, maar om wat er bij de ander binnenkomt.’ 

3. Wat heeft je gevormd in je jeugd?

‘Ik ben als kind veel verhuisd. Mijn vader was redelijk ambitieus, die wilde na een aantal jaar altijd een volgende loopbaanstap zetten. En dan verhuisden we. Ik heb mezelf de belofte gedaan dat ik dat niet wilde voor mijn eigen kinderen. Ik vind het een gemis dat ik geen vaste plek heb waar mijn roots liggen. En ik kan best jaloers zijn op mensen die vriendschappen hebben uit hun jeugd. Maar het positieve is dat je je ook snel leert aanpassen aan een nieuwe omgeving.’ 

4. Heb je een inspiratiebron?

‘Ik vind dat een groot woord. Er zijn natuurlijk allerlei personen en invloeden die inspirerend kunnen zijn. Zaken die ik van huis uit meegekregen heb, zoals het geloof, maar ook bepaalde leidinggevenden, docenten en collega’s die indruk hebben gemaakt. Het zijn geen grote, allesbepalende inspiratiebronnen, maar eerder kleine stukjes die samen invloed hebben gehad.’ 

‘Het draait niet om wat ík wil zeggen, maar om wat er bij de ander binnenkomt’

5. Je speelt altviool, wat betekent muziek voor je?

‘Dat is voor mij vooral een manier om te ontspannen. Ik speelde als kind viool, maar heb het instrument op mijn achttiende op zolder gezet. Negen jaar geleden ben ik opnieuw begonnen met muziek maken. Het is fascinerend hoe muziek in je hoofd en vingers blijft zitten. Nieuwe stukken kosten behoorlijk wat moeite, terwijl de stukken die ik als kind speelde bijna vanzelf weer terugkomen. Toen ik weer begon met vioolspelen, ben ik bij een orkest gegaan. Iedere woensdagavond repeteren we. Het is hard werken om het gewenste niveau te behalen, maar ook heel gezellig. Een mooie manier om andere mensen te ontmoeten.’ 

6. Is er iets waar je trots op bent, maar waar je zelden over praat?

‘Ik ben niet snel ergens trots op, maar er is één ding waar ik met een trots gevoel op terugkijk. Ik heb twee jaar geleden een wedstrijd van honderd kilometer geroeid, de Ringvaart Regatta. De Elfstedentocht onder het roeien. Ik begon ’s ochtends om zes uur en was om zes uur ‘s avonds klaar. Ik was helemaal kapot. Op een gegeven moment doet alles pijn. Maar het heeft me ook veel geleerd over doorzettingsvermogen.’ 

7. Wat zou je jezelf van twintig jaar geleden willen vertellen als je de kans had?

‘Het leven loopt soms anders dan je denkt. Toen dacht ik: ik werk nog een paar jaar bij de Rijksoverheid en ga daarna ergens anders aan de slag. Dat heb ik ook een tijdje gedaan. In 2016 ben ik als bestuurder in de zorg gaan werken, maar uiteindelijk heb ik na ruim twee jaar die baan opgezegd omdat het niet de juiste plek voor me was. Daarna keerde ik terug naar de Rijksoverheid. Door dat uitstapje ontdekte ik waar ik wél op mijn plek ben: hier bij het Rijk. De complexiteit van het werk, het maatschappelijk belang van de onderwerpen en het gevoel van thuishoren bij collega’s speelden daarin een grote rol. Het sluit ook aan bij mijn studie: werken aan de grote vraagstukken van Nederland, de maatschappelijke thema’s die ertoe doen.’ 

8. Wat voor werk zou je nog graag willen doen?

‘Ik weet eigenlijk niet of er leukere banen zijn bij de Rijksoverheid dan deze. Ik heb het hier ontzettend naar mijn zin. De ILT is een geweldige organisatie, met 1.600 ongelooflijk gedreven mensen. We werken aan maatschappelijk belangrijke thema’s, zoals veiligheid en duurzaamheid – stuk voor stuk relevante en complexe vraagstukken. De rol van toezichthouder en vergunningverlener brengt veel uitdagingen met zich mee. Juist die complexiteit, in combinatie met de vrijheid die ik als toezichthouder heb, maakt mijn werk zo interessant. Ik heb echt een hele leuke baan.’