Ellen Verolme was divisiehoofd Chemische en Fysische Sporen bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Sinds 1 februari is zij directeur bij het KNMI.

Loopbaanstap

Een topambtenaar vertelt over zijn of haar carrièreswitch. Welke lessen nemen ze mee? En wat heeft hen verrast?

‘Ik ben gepromoveerd in de sterrenkunde, maar heb me daarna altijd gericht op managementfuncties binnen organisaties die toegepast onderzoek doen. Nu kom ik mijn studieachtergrond na twintig jaar weer tegen in mijn werk. Een cadeautje! Wat me dreef om bij het KNMI te gaan werken? Ik wil later tegen mijn kinderen kunnen zeggen dat ik er alles aan heb gedaan om voor hen een betere wereld te creëren. In die wereld verdient wetenschappelijk onderzoek een belangrijke plek. Omdat veel maatschappelijke opgaven vakgebieden overstijgen, hebben we elkaars inzichten hard nodig.’

Unieke kracht benutten

‘Het NFI kent maar liefst 23 onderzoeksgebieden, allemaal onder één dak. Ook bij het KNMI komen vele disciplines samen. Uit die unieke kracht kunnen we nog veel meer halen. Daarom werken we de komende jaren aan een flexibelere organisatiestructuur. Hoe beter we op kerngebieden zoals weer en klimaat samenwerken, hoe beter onze adviezen landen bij beleidsmakers. Voor hen voelt het klimaatthema soms als sturen in de mist. Het is de essentie van ons werk om die mist zo dun mogelijk te maken.’

Eerlijk, mensgericht en daadkrachtig

‘Er is in Nederland maar één organisatie zoals het NFI, maar ook maar één zoals het KNMI. Het zijn unieke kennisinstituten in sterk veranderende omgevingen. Ik herken daardoor nu al veel terug: hoe maken we meer tijd voor onderzoek en ontwikkeling, met oog voor bijvoorbeeld de invloed van AI? Dat vraagt om een andere manier van werken. In die verandering blijf ik als leidinggevende goed voor mijn collega’s zorgen. Door eerlijk en mensgericht te zijn, en daadkrachtig als de situatie daarom vraagt. Als we allemaal hetzelfde doel hebben en daar zoveel mogelijk samen aan werken, behouden we als KNMI onze slagvaardigheid.’