Volgens de Raad van het Openbaar Bestuur (ROB) wordt de Rijksoverheid een middenbestuur tussen regio en EU. Michiel Boots en Bert Bouwmeester zijn het er niet over eens of dat echt gaat gebeuren.

Afgelopen zomer publiceerde de ROB het signalement 'Rijksoverheid als middenbestuur'. Daarin stelt de ROB dat decentrale overheden en de Europese Unie beleidsinhoudelijk belangrijker worden, ten koste van de Nederlandse Rijksoverheid. Tegelijkertijd wordt de Rijksoverheid volgens de ROB in de maatschappelijke verhoudingen steeds meer één van de partijen in een netwerk van organisaties met ieder hun eigen belangen en ambities. Op die manier wordt de Rijksoverheid een middenbestuur, tussen de regionale en internationale bestuurslaag.

Grensmechanisme

Bert Bouwmeester is burgemeester van Coevorden en lid van de commissie Europa en Internationaal van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten). Vanuit die laatste rol was hij eveneens afgevaardigde naar het Comité van de Regio's, een belangrijk EU-adviesorgaan. ‘Als burgemeester van een grensgemeente en als lid van deze commissie ervaar ik de ontwikkeling die de ROB beschrijft heel duidelijk.

Het grensmechanisme, ontwikkeld door de EU, maakt het bijvoorbeeld mogelijk om te kiezen voor toepassing van de Nederlandse wet- en regelgeving of die van het buurland, zoals bij de aanleg van een bedrijventerrein of een spoorlijn. In Coevorden en buurgemeente Emlichheim laten we de context bepalen wat de beste oplossing is, en Den Haag staat daar dan letterlijk en figuurlijk ver vanaf. Ik merk dat de landelijke politiek én rijksambtenaren dat soms moeilijk vinden.’

Michiel Boots - Chief Economist en directeur Algemene Economische Politiek bij EZK

Verschuiving van macht

Michiel Boots is Chief Economist en directeur Algemene Economische Politiek bij EZK. Hij signaleert dat de rol van de Europese Unie zeker groter wordt, maar stelt dat het met een verschuiving naar de regio wel meevalt. ‘Zelfs het overdragen van macht naar de EU is een ontwikkeling die kwetsbaar is’,  vindt Michiel. ‘Draagvlak en democratische legitimering zijn er, maar die moeten wel doorlopend verdedigd en uitgelegd worden. Met de Brexit wordt pijnlijk duidelijk dat dat in het Verenigd Koninkrijk niet is gelukt.

‘Dat het Rijk macht inlevert, nee, dat denk ik niet.’

Wat betreft de verschuiving van beleid naar de regio: die is er op sommige vlakken zeker. Denk maar aan de decentralisatie van zorg. Maar bijvoorbeeld bij ingrijpende infrastructurele projecten kunnen we echt niet zonder de Rijksoverheid. Dat betekent niet dat alle ideeën vanuit het Rijk moeten komen, integendeel. Veel goede voorbeelden komen juist vanuit de regio, de gemeente of de buurt. Het Rijk kan het niet alleen.’

Regio ruimte geven

Michiel is fervent aanhanger van het subsidiariteitsbeginsel, waarbij beslissingen worden genomen op het laagst mogelijke niveau. ‘Natuurlijk moet beleid zo dicht mogelijk bij de burger ontwikkeld worden. Aan de andere kant is Nederland zo’n klein land dat je zaken al snel landelijk kunt en moet regelen. Als je kijkt naar Schiphol, bezie je zijn functie niet voor de Haarlemmermeer, maar voor heel Nederland. Bovendien hebben we over allerlei zaken afspraken gemaakt die voor alle Nederlanders moeten gelden.

Wat wél regionaal kan, moet je regionaal doén. En waar vervolgens de belangen tussen Rijk en regio niet parallel lopen, moet je de regio de ruimte geven met passende oplossingen te komen, vind ik. Het Rijk is er dan om toe te zien op de wenselijkheid van ontwikkelingen die het gevolg zijn van het geven van die ruimte. Want we kunnen bijvoorbeeld niet allemáál de thuisbasis van hightechbedrijven worden met hoogwaardige werkgelegenheid.’

Bert Bouwmeester - burgemeester van Coevorden en en lid van de commissie Europa en Internationaal van de VNG

Bezinnen op nieuwe rol

Volgens Bert is het Rijk een belangrijke schakel in het subsidiariteitsbeginsel. Zoals de ROB in zijn signalement beschrijft, zou het Rijk daarbij de schakelaar tussen de regio en Europa moeten zijn, en een kennismakelaar. ‘Die rollen worden belangrijker. Bij de EU hoor je de term multilevel governance steeds vaker. Het betekent dat – met de maatschappelijke opgave voorop – iedere overheidslaag doet waar hij goed in is en wat in de specifieke situatie het beste past. Het is een ontwikkeling die sterk wordt gepropageerd door de EU, en één waarin wij elkaar als gemeenten, Rijk en Europa kunnen versterken. Juist in Nederland kan dit model succesvol zijn: we zijn een klein land, er zijn veel taken gedecentraliseerd en overheden zijn in staat om naast elkaar te gaan staan in plaats van boven elkaar.

‘ABD’ers kunnen ervan uitgaan dat gemeenten zich steeds zelfbewuster en mondiger opstellen’

Dat is volgens mij ook relevant voor de topambtenaren van het Rijk: ik denk dat zij zich moeten bezinnen op een nieuwe rol en positionering. ABD’ers kunnen ervan uitgaan dat gemeenten zich zelfbewuster en mondiger opstellen, doordat ze steeds groter en taakvolwassener worden. Bovendien moeten topambtenaren meer oog krijgen voor het verschil in de regiocontext en daarop in kunnen spelen. Dat begint naar mijn idee met de erkenning dat sommige zaken lokaal en regionaal anders liggen dan ze in Den Haag soms denken. Men gaat er soms van uit dat alles uniform is tot precies aan de landsgrens, maar dat is dus niet zo. Het overleg met Noord- Nederland-Niedersachsen vraagt een andere benadering dan het overleg met Oost-Nederland-Nordrhein-Westfalen of Zuid-Nederland-Vlaanderen. Erkenning van die verschillen heeft met een mindset te maken en niks met macht.’

Stevige rol Rijk

Michiel: ‘Ik vind dat samenwerking, overleg en compromis een groot Nederlands goed vormen en dus noodzakelijke vaardigheden zijn van de topambtenaar. Maar ik voorzie óók dat het Rijk hier en daar juist steviger in zijn rol zal gaan. Ik voel nu al dat er frustratie bestaat bij onze politieke bazen en dus ook bij ons, over het onvermogen om problemen aan te pakken waarbij je samenwerking op allerlei overheidsniveaus nodig hebt, bijvoorbeeld bij de stikstofproblematiek of de klimaatdoelen.

Daarbij zie je ook dat de burger van alles van de Rijksoverheid verwacht. We kunnen echter lang niet alles waarmaken, omdat we te maken hebben met Europese afspraken en wereldwijde problemen. Ik zie bij collega’s die zich bezighouden met het Groningse gasdossier dat je echt alleen samen met regionale partners tot een oplossing kunt komen. Tegelijkertijd verwachten al die regionale partners ook een stevige rol van de Rijksoverheid. Die wíllen niet eens alles naar zich toetrekken. In goed overleg kun je soms tot een andere taakverdeling of uitvoering komen. Dus ik zie wel de noodzaak tot goede samenwerking met de regio’s in belang toenemen. Maar dat het Rijk macht inlevert, nee, dat niet.’