Als ABD’er moet je kunnen samenwerken met de maatschappij, de burgers, de media. Oók bij maatschappelijke tegenwind. Drie ervaringsdeskundigen vertellen hoe zij dit aanpakken.

U hebt uw werk niet goed gedaan. ”Die woorden van een actievoerder kwamen hard aan bij Erik Pool, directeur Participatie bij het ministerie van IenW. ‘Ik stond in een zaaltje in Zwolle met tachtig actievoerders tegen vliegveld Lelystad. Een mevrouw op de eerste rij vroeg mij hoe lang ik al directeur Participatie was. Ik antwoordde: sinds 2015. En dat was al voordat het dossier een probleem werd. Daarop reageerde zij onmiddellijk met die woorden, en ze had gelijk. Ik heb me in die periode existentieel bezonnen op de kwaliteit van de participatie en mijn rol daarin.’

Ferry van Veghel, landelijk coördinerend officier van justitie voor terrorismebestrijding

‘In mijn werk is de maatschappelijke tegenwind krachtig’, zegt Ferry. Als landelijk coördinerend officier van justitie voor terrorismebestrijding leidt hij namens het Openbaar Ministerie onder meer de processen tegen Jihad-verdachten. De afgelopen jaren gaat dat vooral om de zogeheten Syrië-strijders die terugkeerden naar Nederland of wilden uitreizen naar Syrië en Irak.

'Nu willen we dat de Nederlandse Syriëstrijders die inmiddels in vluchtelingenkampen in Syrië zitten aan de Nederlandse autoriteiten worden overgedragen ter berechting in Nederland’, vertelt Ferry. ‘Dat willen wij omdat wij vinden dat mensen die zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige strafbare feiten ook daadwerkelijk berecht moeten worden als dat kan. De maatschappelijke teneur is echter: “laat ze lekker daar blijven, dan kunnen ze hier in Nederland geen kwaad doen”, maar dat zou betekenen dat zij dus straffeloos blijven.

Het kabinetstandpunt is inmiddels ook dat Nederland geen inspanningen doet om hen actief uit het strijdgebied terug te halen. Mede daardoor is het tot nog toe niet gelukt een Syrië-strijder uit de vluchtelingenkampen terug naar Nederland te halen en te berechten. In die zin roeien wij dus een beetje tegen de stroom in.'

Een ander voorbeeld van maatschappelijke tegenwind betreft de zaak tegen Jitse A., de Fries die zich aansloot  bij de Koerden en tegen IS vocht in Syrië. Ferry: ‘Omdat hij de goede kant koos vonden veel Nederlanders dat hij een medaille verdiende in plaats van berechting. Het OM dacht daar anders over: het is niet toegestaan om je op eigen houtje te mengen in een gewapende strijd. We hebben hem dus wél aangehouden, uiteindelijk is de strafzaak geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.

Op de avond van zijn aanhouding was er een Facebook-pagina voor A. aangemaakt met 50.000 likes. Dat geeft wel ook wel aan hoe de maatschappij erover dacht. Met deze rechtszaak maakte het OM zich niet populair, maar het was naar mijn mening het enige juiste wat wij konden doen.

'Ook voor het OM is de dialoog met de samenleving belangrijk, maar tegelijkertijd moet het OM zich baseren op de wet. Hoe gaat Ferry daarmee om? ‘ In mijn beroep is het nog redelijk eenvoudig om op de publieke opinie te reageren: ik sta voor de rechtstatelijke positie van het OM. Dat is soms geen populair standpunt, maar ik houd daaraan vast. Het enige dat ik kan proberen te doen is zo goed mogelijk uitleggen waarom wij doen wat wij doen. Dat doe ik dan ook regelmatig tijdens praatprogramma’s en discussieavonden.

Het OM heeft de maatschappelijke opinie soms niet mee, maar ik blijf erbij dat de Syriëstrijders voor berechting aan Nederland moeten worden overgedragen. Ik snap de angst van mensen voor de teruggekeerde strijders, aan de andere kant is het een van de hoekstenen van onze samenleving dat je voor misdaden berecht wordt. Ik wil niet meewerken aan het opzij zetten daarvan, omdat wij dan onze eigen waarden en normen opzij zetten en dat is precies wat terroristen beogen.’

Ellen Verolme, onderzoeksdirecteur bij de Algemene Rekenkamer

Omdat de Algemene Rekenkamer een zelfstandig en onafhankelijk orgaan is, hebben zij een behoorlijk vrije rol. Ellen: ‘We kiezen onze eigen onderzoeken en schuwen daarbij niet om hard te zijn op de inhoud. In mijn vak hebben we wel te maken met maatschappelijke tegenwind’, zegt Ellen, ‘maar voor ons is dat eerder reden om de zeilen te hijsen. Onze onderzoeken zijn namelijk regelmatig ingegeven door problemen die in de hele samenleving zichtbaar zijn.’

Lastig in Ellens werk is wel dat burgers vaak hun conclusie al hebben getrokken voor de Algemene Rekenkamer het onderzoek is gestart. ‘Het is onze taak om aan de samenleving te laten zien wat de feiten zijn. Soms is het lastig om de tijd te claimen die daarvoor nodig is. Dat heb ik eerder meegemaakt in mijn baan als onderzoeksmanager bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Toen we daar nog moesten besluiten of we aan het MH17-onderzoek begonnen, had onderzoekscollectief Bellingcat al complete dossiers online staan.’

Het recente rapport van de Algemene Rekenkamer over de gevolgen van een no-deal-Brexit is een goed voorbeeld van zo’n maatschappelijk gedreven onderzoek. ‘Een Brexit op die manier betekent een miljardenstrop’, zegt Ellen. ‘Dat heeft behoorlijk wat stof doen opwaaien, dus in die zin laten wij eigenlijk zelf de wind stevig waaien. In elk geval vind ik maatschappelijke ophef een goed teken. Ik zou minder gelukkig zijn met totale desinteresse.’

Recht doen

‘Een tweede voorbeeld: Onlangs vroegen we externe relaties om feedback te geven op het functioneren van IenW als maatschappelijk partner. Dat werd een harde spiegel want er werd gezegd: als het erop aankomt, kan dit departement niet samenwerken. Een wat grove vereenvoudiging, maar wat veel collega’s wel herkenden is het volgende: we zijn best bereid een paar dingen aan te passen in onze plannen, maar als het erop aankomt, is het óns plan en maken we onze eigen afwegingen. Los van wat we met iedereen besproken hebben. Dat doet onvoldoende recht aan de problemen of belangen die zij op tafel leggen.’

Socrates

Hoe het beter kan? Erik vindt dat we moeten teruggrijpen op de ideeën van de Griekse filosoof Socrates. ‘In de socratische gesprekstechniek, waarin veel ambtenaren nu getraind worden, staat de dialoog centraal en niet het overtuigen of het bereiken van resultaten. Belangrijk, want we moeten leren om ons doorlopend af te vragen hoe we zijn omgegaan met onze gesprekspartners. Zijn we respectvol genoeg geweest? Hebben we werkelijk recht willen doen aan de ander of waren we voortdurend bezig met het inpassen van zijn mening in ons plan? Veel collega-ABD’ers zullen dit herkennen als een belangrijke kwestie.’

Burger bestaat niet

Een andere verandering die Erik doorvoert zit ‘m in de manier waarop je je gesprekspartners selecteert. ‘Een groot probleem is dat “de burger” natuurlijk niet bestaat’, zegt Erik. ‘Een ander probleem is dat de mensen die wij tegenkomen tijdens participatietrajecten niet helemaal representatief zijn. Want dat zijn mensen die al over het onderwerp hebben nagedacht, er iets van vinden, en in staat zijn iets van zich te laten horen. Meestal in negatieve zin. Hoe bereik je de mensen die er neutraal tegenover staan of minder taalvaardig zijn dan de groep die van zich laat horen?

Een techniek is om aan het begin van participatieprocessen in kaart te brengen aan wie je zou moeten denken in je verdere proces. Zo begin je een stap eerder dan het bekende “lijstje van belanghebbenden”. Je verkent issues volgens de methodiek van strategisch omgevingsmanagement en brengt in kaart wie daar betrokkenheid bij hebben. Een voorbeeld: het luchtvaartdossier kun je ook lezen als een klimaatdossier. Op die manier krijg je heel andere stakeholders in beeld dan wanneer je het in kaart brengt als een mobiliteitsdossier. Je verkleint de kans dat je belanghebbenden over het hoofd ziet en voorkomt onverwachtse tegenwind.’

Macht afstaan

Wanneer je eenmaal in gesprek bent met de juiste mensen, is er nog iets anders waar je rekening mee moet houden en dat is het afstaan van macht. ‘Heel lastig’, erkent Erik, ‘maar idealiter ga je open het gesprek in. Daarbij moet je bereid zijn je eigen idee over het project ter discussie te stellen. Uiteindelijk moet je zelfs niet uitsluiten dat het beter is om het project af te blazen. Want echt samenwerken veronderstelt het afstaan van macht.’

Een goed gesprek

Het belang van de echte dialoog kan niet genoeg benadrukt worden, vindt Erik. ‘Ik heb misschien makkelijk praten als directeur participatie, omdat het mijn werk is me af te vragen: lukt het om goed met elkaar in dialoog te zijn? Lukt het om recht te doen aan alle perspectieven? Voor mij is echte participatie “een goed gesprek”.

Mijn advies is om “maatschappelijk gedoe” tijdens je project niet te zien als een hinderlijk obstakel, maar als de essentie van je werk. Want echt iets toevoegen aan de maatschappij, dat is toch waarvoor je je bed uitkomt. En dan gaat je project ook wel door, zij het misschien een beetje aangepast – of misschien gaat het een keer niét door, wie zal het zeggen! Het is, zeker voor ABD’ers, de kunst om je werk te doen in een maatschappelijk veld vol tegengestelde belangen.’

‘Maatschappelijk gedoe is de essentie van je werk’